Mobiliteitsbudget: van bedrijfswagen naar mobiliteit op maat

De bedrijfswagen blijft diep verankerd in het Belgische loonpakket. Tegelijk verandert de manier waarop medewerkers zich verplaatsen. Niet iedereen heeft elke dag een wagen nodig. De ene medewerker fietst naar kantoor, de andere neemt de trein. Nog iemand anders combineert een elektrische wagen met openbaar vervoer of wil een deel van het budget gebruiken voor huisvesting dichter bij het werk. Mede om die redenen wint het mobiliteitsbudget terrein als alternatief voor de klassieke bedrijfswagen. 

Wat houdt het mobiliteitsbudget in? 

Werknemers ruilen hun (recht op een) wagen in voor een mobiliteitsbudget met diverse mobiliteitsoplossingen: een elektrische wagen, fietslease, openbaar vervoer, deelmobiliteit of zelfs huisvesting dichter bij het werk. 

De aantrekkingskracht? Het systeem is fiscaal gunstig, persoonlijk en vanaf 01/01/2027 verplicht voor werkgevers (met meer dan 50 werknemers) die bedrijfswagens aanbieden. 

Met een mobiliteitsbudget geef je medewerkers vrijheid en dit op een kostenneutrale manier voor de werkgever. Het budget is immers gebaseerd op de Total Cost of Ownership (TCO) van de oorspronkelijke bedrijfswagen. Dat maakt de overstap budgetneutraal én strategisch slim. Wie de uitrol van het mobiliteitsbudget goed organiseert, bouwt tegelijk aan aantrekkelijk werkgeverschap en duurzamere mobiliteit.

Het mobiliteitsbudget werkt via drie vaste pijlers: 

  • Pijler 1: een milieuvriendelijke, elektrische bedrijfswagen (niet verplicht

  • Pijler 2: duurzame mobiliteit of huisvesting dichter bij het werk (min 1 mobiliteitsoplossing verplicht

  • Pijler 3: cashuitbetaling van het resterende budget (na aftrek van de RSZ-bijdrage van 3


Werknemers beslissen zelf hoeveel van hun budget ze in elke pijler besteden. Die flexibiliteit vormt meteen de grote meerwaarde. Twee medewerkers met hetzelfde wagenrecht hoeven niet voor dezelfde mobiliteitsoplossing te kiezen. Ze stemmen hun mobiliteit af op hun woonplaats, gezinssituatie en verplaatsingspatroon. 

Dat levert verschillende voordelen op: 


  • Medewerkers krijgen meer vrijheid om hun mobiliteit zelf in te vullen 

  • Het loon- en mobiliteitspakket sluit beter aan bij verschillende medewerkersprofielen 

  • De organisatie stimuleert duurzamere mobiliteitsverplaatsingen 

  • Werkgevers versterken hun positie op de arbeidsmarkt 


Maar net daar begint ook de uitdaging. De theorie is relatief eenvoudig. De implementatie is dat veel minder. 

Hoe bepaal je het juiste budget? Welke kosten neem je mee in de TCO? Welke keuzes laat je toe? Welke policies heb je nodig? En hoe zorg je ervoor dat medewerkers én interne diensten met het systeem aan de slag raken? 

Hoe kan the new drive uw organisatie hierbij helpen? 

Een mobiliteitsbudget invoeren vraagt samenhang tussen strategie, fiscaliteit, TCO-berekeningen, policies, tools en communicatie. The New Drive begeleidt organisaties daarbij in vijf stappen. 

Vanaf 2027 wordt het mobiliteitsbudget verplicht 

Vanaf 1 januari 2027 verandert het speelveld. Volgens het huidige voorontwerp moeten werkgevers met minstens 50 werknemers die bedrijfswagens aanbieden, hun medewerkers met recht op een bedrijfswagen ook de mogelijkheid bieden om voor een mobiliteitsbudget te kiezen. Vanaf 1 januari 2028 breidt die verplichting uit naar werkgevers met minstens 15 werknemers. De regelgeving is vandaag nog niet definitief. De finale wetteksten worden naar verwachting in september 2026 goedgekeurd. Details kunnen dus nog wijzigen. The New Drive volgt de verdere besluitvorming op de voet en verwerkt eventuele wijzigingen in onze begeleiding. 

Voor werkgevers is de boodschap duidelijk: wie vanaf 2027 onder de verplichting valt, wacht best niet tot eind december om strategie, TCO-berekeningen, policies, systemen en interne communicatie op elkaar af te stemmen.

Next
Next

E-credits - De inkomsten­bron die bijna niemand in België benut